Wat is onkruid?
Een plant waarvan de verdiensten nog niet zijn ontdekt.
Ralph Waldo Emerson
Venushaar - Adianthum capillus-veneris
Venushaar is in onze streken uiterst zeldzaam. We kunnen deze waren nog wel
aantreffen in vochtige beschutte dalen in de Ardennen en in Zuid-Limburg. Venushaar
is ook erg geschikt als kamerplant en mag dan niet te veel in de zon staan. In de tuin
zetten we de varen wel op een lichte plaats, mar niet in de zon. Venushaar vraagt een
zeer humusrijke tuingrond. Het plantje doet het prima in de muurspleten en in rotstuinen.
De geslachtsnaam komt van het griekse werkwoord adianto dat droogblijven betekent.
Regenwater rolt vanzelf van de blaadjes af. Capellis-veneris is Latijn en betekent
letterlijk haar van Venus. Dat slaat op de sierlijke blaadjes.
Wildemanskruid - Anemone pulsatilla
Wildemanskruid is een zeldzame wilde plant die het heel goed doet in een rotstuin of op
een half beschaduwde plaats in de tuin. De geslachtsnaam komt van het Griekse woord
anemos dat wind betekent, hoewel de relatie tussen dit plantje en de wind niet zo duidelijk
is. Bij harde wind vallen de blaadjes wel snel af en de bloemen gaan bij koude wind niet
open. De plant vraagt een goede tuingrond, vermengd met humus en zand. In het voorjaar
kunnen we het Wildemanskruid zaaien of we kunnen in de herfst de wortelstok scheuren.
Zoals veel ranonkelachtigen is ook het Wildemanskruid licht giftig.
Akelei - Aquilegia vulgaris
De Akelei is een overblijvende plant die vroeger algemeen voorkwam in bossen en op
beschaduwde plaatsen in Zuid-Limburg. Tegenwoordig is de plant uiterst zeldzaam, maar
wordt veel als perkplant gekweekt. De Akelei is heel geschikt als borderbeplanting op een
halfbeschaduwde plaats. De plant houdt het meest van wat vochtige tuingrond met een niet
te hoge PH, vermengd met zand. In de naam vinden we het Oud-Germaanse woord "ak"
terug, dat puntig betekent en op de sporen slaat. Vulgaris betekent gewoon. Voor de
vermeerdering kunnen we de Akelei in het voorjaar zaaien of in de herfst scheuren. De
plant werd vroeger in de geneeskunde gebruikt. De Akelei bevat giftige hydrocyan-glycosiden
(blauwzuurverbindingen).
Asperge - Asparagus officinalis
De Wilde asperge groeit op zandige grazige grond, vooral in de duinen. Ook als
kamerplant heeft de plant een luchtige, maar toch voedselrijke grond nodig. Als we
geluk hebben krijgt de Asperge geurige bloemetjes en felrode bessen, die lang blijven
hangen. De plant moet regelmatig worden verpot en dat is een mooie gelegenheid om
de wortelstok te scheuren. De Asperge kan ook in het voorjaar worden gezaaid. De
geslachtsnaam komt van het Griekse woord a-spartos, dat ongezaaid betekent. De plant
wordt bij het kweken vrijwel altijd gescheurd. Officinalis betekent dat het vroeger een
geneeskruid is geweest. Behalve het feit dat de jonge uitlopers van de Wilde asperge erg
gezond zijn om te eten, wordt aan de plant geen bijzondere genezende kracht toegekend.
Wolfskers - Atropa belladonna
De Wolfskers groeit aan bosranden of op gekapte open plekken in het bos. In onze streken
is de Wolfskers zeer zeldzaam. De Wolfdskers vraagt in de tuin een vochtige, vruchtbare,
niet te zware tuingrond en een koele schaduwrijke plaats. We zaaien de Wolfskers in
februari/maart en in april zetten we de plantjes uit elkaar. De plant is dodelijk giftig.
Atropa was in de griekse mythologie een van de drie doodsgodinnen. Ze knipte de
levensdraad van de mens door. De soortnaam belladonna (mooie vrouw) komt van
de Romeinen, die het sap van de bessen gebruikten om de pupil van de ogen te verwijden.
De plant wordt veel in de geneeskunde toegepast. De werkzame stoffen zijn onder andere
belladonnine, antropine-sulfaat, hyosciamine en scopolamine.
Madeliefje - Bellis perennis
Het Madeliefje is een zeer bekend plantje dat overal in de weilanden en gazons groeit.
Ook regelmatig grasmaaien kan het niet helemaal laten verdwijnen, maar het hoeft toch
ook niet. Van dit lieflijke plantje is een aantal variëteiten in de handel, die het uitstekend
als borderplant in de tuin doen. het houdt van lichte zanderige, maar vruchtbare grond en
we moeten het regelmatig water geven. We kunnen het vermeerderen door scheuren in het
najaar of zaaien in het voorjaar. De oorspronkelijke naam was 'Maagdenliefje' en het
plantje was aan de Heilige Maria gewijd. Het is een symbool van liefde en schoonheid en
dat blijkt ook uit de geslachtsnaam. perennis kan betekenen dat het een overblijvende
plant is, maar ok dat de bloemetjes het hele jaar bloeien. De blaadjes, die in een rozet
staan, kunnen als sla gegeten
worden.
Zuurbes - Berberis vulgaris
De zuurbes is een decoratieve struik die in het wild nog in de duinen en langs bosranden
in de Ardennen en in Zuid-Limburg voorkomt. De geslachtsnaam doet vermoeden dat de
struik vooral veel in Noord-Afrika, in het land van de Berbers, groeit. Vulgaris betekent
gewoon en de struik wordt heel veel in tuinen gekweekt. Hij heeft dan normale tuingrond
nodig. Voor de vermeerdering kunnen we stekjes nemen, maar we kunnen de takken ook
afleggen (in de grond wortels laten krijgen en dan afsnijden). De bessen bevatten veel
vitamine C en ook pectine en zijn erg geschikt om er jam van te maken. Bij het plukken
moet u wel voorzichtig zijn, want de struik heeft venijnige stekels. De bladeren die een
alkaloïde (berberine) bevatten, zijn zwak giftig en worden in de geneeskunde toegepast.





Dotterbloem - Caltha palustris
De Dotterbloem komt in onze streken algemeen voor in zeer vochtige weilanden en
langs sloten en vaarten. Het is een prachtige overblijvende plant met mooie gele
bloemen, die het uiteraard in de tuin als oeverplant langs waterpartijen en vijvers
ook uitstekend doet. De plant heeft goed bemeste tuingrond, liefst vermengd met
turfmolm, nodig. U kunt de Dotterbloem in het voorjaar zaaien, maar de plant is
ook gemakkelijk te scheuren. De naam Caltha komt van het Griekse woord calathos
dat schaaltje betekent en palustris duidt aan dat het om een moerasplant gaat. De
Nederlandse naam komt van het oude woord voor eierdooier, dodder, en dat slaat
op de gele kleur van de bloemen. Als lid van de Ranonkelfamilie is de plant licht giftig
door de alkaloïde protoanemonine.
Grasklokje - Campanula rotundifolia
Het grasklokje komt algemeen voor in bossen en op grazige grond langs wegen en
dijken. Het is een van de meest voorkomende soorten van het uitgebreide geslacht
Campanula, waarvan er veel in tuinen en potten worden gekweekt. Het Grasklokje is
heel geschikt als borderplant of in rotstuintjes. Het plantje houdt van kalkrijke grond.
Het kan worden vermeerderd door zaaien (in het najaar) of door scheuren van de
wortelstok. Het woord campanula is in het Latijn het verkleinwoord voor campana
dat klok betekent. Rotundifolia betekent dat de blaadjes rond zijn. Vroeger werd het
Grasklokje als geneesmiddel tegen epilepsie toegepast.
Korenbloem - Centaurea cyanus
De Korenbloem kwam vroeger algemeen voor in en langs korenvelden. Nu is de eenjarige
plant met de karakteristieke blauwe bloemen tamelijk zeldzaam geworden. We zien de
plant wel steeds meer aangeplant in tuinen als borderplant of als snijbloem. De
Korenbloem vraagt losse, voedselrijke tuingrond. We zaaien de Korenbloem in de winter
in potjes en poten de plantjes in het voorjaar uit, als ze zo'n 10 cm groot zijn.
Tegenwoordig worden er variëteiten gekweekt met bloemen in alllerlei kleuren. De
geslachtsnaam komt uit de Griekse mythologie. Een Centaur (Chiron) ontdekte de
geneeskrachtige waarde van de plant bij oogaandoeningen en wonden. De soortnaam
komt van het Griekse woord voor blauw: kuanos. Ook nu wordt de Korenbloem nog
als huismiddel gebruikt bij verstopping en als oogkompres.
Muurbloem - Cheiranthus cheiri
De Muurbloem, met zijn heerlijk geurende bloemen, is eigenlijk geen wilde plant uit
deze streken, want hij is in de vijftiende eeuw uit Klein-Azië hier ingevoerd. Maar de
plant voelde zich hier kennelijk erg op zijn plaats en groeide spontaan, vooral op muren.
Daar komt de naam vandaan en daar komt ook de naam vandaan die meisjes vroeger
kregen als ze niet ten dans werden gevraagd. De muurbloem is heel geschikt voor het
balkon of terras, maar kan ook in de tuin worden gekweekt. We zaaien de plant in mei
en poten de plantjes in de voorzomer waar we ze willen hebben. De Muurbloem houdt
van voedzame grond, vermengd met zand of gruis.
Margriet - Chrysanthemum leucanthemum
Natuurlijk zijn de bloemen van de Margrieten die we zo veel in tuinen zien aangeplant,
meestal een stuk groter dan die we aantreffen langs wegen en dijken. Toch is het precies
dezelfde plant. Het gaat in feite om variëteiten die gekweekt zijn onder de gunstigste
omstandigheden, zoals goed bemeste, niet te droge grond en een standplaats half in
de schaduw. Voor de vermeerdering kunnen we de Margriet in het voorjaar zaaien of
in het najaar scheuren. De geslachtsnaam komt van de Griekse woorden chrusos en
anthos die goud en bloem betekenen. De meeste chrysanthemums zijn inderdaad
goudgeel, maar de Margriet is wit en het woord leukos uit de soortnaam betekent
dan ook wit.