Floragrafie is de toepassing van bloemensymboliek in de dagelijkse omgang, iets dat in de menige oude beschaving gangbaar was.
Hier in het Westen hebben wij voor onze bloemensymboliek veel overgenomen van Egypte, Assyrië en de klassieke wereld, maar elk land heeft
deze symboliek tot op zekere hoogte aangepast aan zijn eigen inheemse kruiden en bloemen. Dichters, priesters en mystici waren de eersten die
aan een bepaalde plant een bepaalde eigenschap en betekenis toekenden en uit hun verbeeldingen ontwikkelde zich geleidelijk aan een taal der
bloemen. Floragrafie is het zich uitdrukken in die taal; een enkele blik op deze botanische vocabulaire toont al dadelijk dat minnenden zich die
symbooltaal onmiddellijk eigen hebben gemaakt. Geliefden die ervan op de hoogte waren en de geëigende bloemen kozen, ontdekten dat ze
uitdrukking konden geven aan een heel scala van gevoelens en stemmingen. De bloemensymboliek beleefde in Europa haar hoogtij in de
middeleeuwen, toen de hoofse liefde de edelvrouwen en hun ridderlijke vereerders aan allerlei strenge rituelen bond. Maar nu de noodzaak
voor een dergelijke terughoudendheid sinds lang is verdwenen, zijn de bloemen-emblemen alleen nog maar te vinden op een enkele ouderwetse
valentijnskaart. Toch is het te betreuren dat die bekoorlijke omgangstaal uitsterft. Om de bloementaal te gebruiken moet je goed in je hoofd
hebben dat ieder kruid en elke bloem een bepaalde betekenis heeft of een eigenschap vertegenwoordigt als goedheid of trouw, of een
gemoedsbeweging als vreugde, jaloezie of twijfel. Zo’n zelfde bloem kan ook iets meedelen da min of meer met zijn speciale betekenis verband
houdt. Door op die wijze de juiste bloemen uit te wisselen, kunnen twee mensen een geheim gesprek voeren. Daarvan uitgaande zou één boeket
hele boekdelen kunnen spreken. In onpersoonlijke gedrukte vorm kan zo’n boodschap misschien wel eens een beetje dwaas aandoen, maar men
moet niet vergeten dat ze voor gebruik bedoeld is en niet als lectuur. Met de zonderlinge taal waarin sommige van de boodschappen vervat zijn,
zult u zich ook amuseren, maar nog eens, vergeet niet dat de gevoelens die erachter schuilen nu nog net zo springlevend en actueel zijn als ze
ooit waren.
Aardbeiboom : Ik bid u, wees de mijne
Acacia : zelfbeperking, u moet nog wachten
Adelaarsvaren : betovering, ik ben zeer door u geboeid
Affodil : rouw, onze liefde reikt over de dood heen
Agrimonie : dankbaarheid, wees zo goed mijn dankbaarheid te aanvaarden
Alsem : droeve scheiding, zelfs de meest dierbare vrienden moeten elkaar verlaten
Amandelbloesem : hoop, uw vriendschap begint mij aangenaam te worden
Amarant : gebroken hart, uw weigering ontneemt het leven iedere zin
Anemoon : verwijdering, ik geef niet meer om je
Anjer (rood) : vurigheid, ik moet u spoedig zien
Anjer (rose) : aanmoediging, ja
Anjer (wit) : zuivere toewijding, ik bied u reine liefde
Appelbloesem : goedheid, uw goedheid is even groot als uw schoonheid
Aster : spijt, ik heb spijt van mijn vermetelheid, trek u er niets van aan
Avondkoekoeksbloem : avond, laten we elkaar ongemerkt ontmoeten in de schemering
Azelea : matiging, ga niet te ver met wat u zegt of doet
Balsemien : ongeduld, ik brand van verlangen u te zien
Basilicum : afkeer, ik heb een grondige hekel aan u
Begonia : waarschuwing, ze letten op ons
Bitterzoet : waarheid, ik meen het
Boerenwormkruid : afwijzing, uw gevoelens zijn niet wederkerig
Boragie : bruuskheid, uw attenties brengen me alleen maar in verlegenheid
Bosrank : rijpe liefde, hoewel mijn jeugd vervlogen is, is mijn liefde echt
Boterbloem : opgetogenheid, uw glanzende schoonheid is als de zon
Braam : spijt, ik wat te haastig, vergeef mij aub
Brem : toewijding, voor eeuwig ben ik de uwe
Camelia : lieflijkheid, hoe stralend is uw schoonheid
Chrysant (geel) : koelheid, ik behoor een ander toe
Chrysant (rood) : beantwoorde liefde, ik bemin u ook
Chrysant (wit) : eerlijkheid, ik vertrouw u volkomen
Cineraria : vreugde, ik voel me zeer behaaglijk in uw gezelschap
Citroenmelisse : pret, ik maakte alleen maar een grapje
Clarkia : genoegen, uw gezelschap verheugt me
Clematis : intelligentie, ik bewonder uw snelle geest en schranderheid
Cyclaam : onverschilligheid, uw liefdesverklaring raakt me niet
Dahlia (geel): afkeer, uw attenties zijn mij onaangenaam
Dahlia (rood) : afwijzing, u heeft te veel veronderstelt
Dahlia (wit) : botte weigering, houd op
Damastbloem : wedijver, u heeft een mededinger
Dolle kervel : opspraak, ik ben verkeerd beschuldigd
Doornappel : vuur, mijn hart brand van hartstocht
Dovenetel : koelheid, u heeft me beledigd
Droogbloem : vaarwel, op uw verzoek moet ik heengaan, maar ik zal u nooit vergeten
Duivekervel : woede, ik wil niet meer aan u denken
Duizendschoon : flirt, mijn bedoelingen waren niet serieus
Eenbes : verloving, met deze bloem geef ik een onderpand van mijn liefde
Egelantier : bevalligheid, de geur van deze bloem is een herinnering aan u
Eikeblad : bemoediging, houd moed. De liefde zal triomferen
Engels gras : belangstelling, laat me meer weten
Engelwortel : inspiratie, uw liefde is mijn leidster
Ereprijs : ware liefde, niets zal ons kunnen scheiden
Flox (roze) : vriendschap, ik hoop dat we vrienden kunnen zijn
Flox (wit) : ontwakende belangstelling, vertel me meer over uzelf
Fucsia :waarschuwing, pas op. Uw minnaar doet maar alsof
Gagel : aanmoediging, ik houd een klein beetje van u. misschien zelfs iets meer
Gardenia : lieflijkheid, deze lieflijke bloem is u gelijk
Gelderse roos : jonge liefde, ik wil een jeugdige minnaar, niet een die al kinds is
Geranium (rood) : bekendheid met elkaar, spreek van vriendschap niet van liefde
Geranium (wit) besluiteloosheid, ik heb nog geen besluit genomen
Geranium (roze) : onzekerheid, ik wacht uw nadere verklaring
Gewone sleutelbloem : betovering, uw zoetheid is groter dan die van een bloem
Gladiool : pijn, uw onachtzaamheid heeft me gewond
Goudenregen : jaloezie, u heeft geen reden tot jaloezie
Grasklokje : berusting, ik aanvaard uw besluit, maar ik zal u blijven beminnen
Grote campanula (blauw) betrouwbaarheid, vergis u niet, ik bemin u waarachtig
Grote campanula (wit) erkentelijkheid, uw geschenk bereikte mij en heeft mij zeer verheugd
Grote viool (geel) : souvenirs, oceanen houden ons gescheiden, maar mijn hart is bij u
Grote viool (paars) : herinnering, ik bewaar een schat van herinneringen aan de gelukkige uren dat wij samen waren
Grote viool (wit) : liefdevolle gedachte, uw bent nooit uit mijn gedachten
Guldenroede : besluiteloosheid, geef mij tijd om te beslissen
Guichelheil : ontmoeting, doe een voorstel war en wanneer we elkaar zullen ontmoeten
Heliotroop : toewijding : u bent het licht van mijn leven
Hondspeterselie : dwaasheid, laten we niet dwaas zijn. We kunnen toch vrienden blijven
Hondsroos : zuiverheid, u bent zo zuiver als deze lieflijke bloem
Hortensia : wispelturigheid, u verandert te zeer van mening
Hulst : herstel, ik ben verheugd dat u uw gezondheid heeft herkregen
Hyacint (blauw) : toewijding, ik wijd u mijn leven toe
Hyacint (wit) : bewondering, ik acht u zeer hoog
Iberis : beschroomdheid, u moogt zich tot mij richten, maar wees aub voorzichtig
Iris (geel) : leed, ik deel u droefenis
Iris (paars) : gloed, mijn hart gloeit voor u
Jasmijn : elegantie, ik bewonder de wijze waarop u uw hoofd draagd
Judaspenning : oprechtheid, ik heb u alles gezegd
Juffertje-in-het-groen : onzekerheid, uw boodschap is niet duidelijk. Zeg me wat u bedoelt
Kamille : sterkte, ik bewonder uw moed. Niet wanhopen
Kamperfoelie : liefde, hierbij zweer ik u trouw
Kattestaart : vergiffenis, aanvaard deze bloem als een betuiging van mijn spijt
Kersebloesem : toename, moge onze vriendschap toenemen in kracht en hechtheid
Kievitsbloem : aarzeling, durf ik u te vertrouwen
Klaproos (wit) : besluiteloosheid, ik heb nog geen besluit genoemen
Klaproos (rood) : matiging, ik laat me niet haasten. Beid uw tijd
Klaver (rood) : smeekbede, blijf trouw in mijn afwezigheid
Klaver (roze) : gekwetste trots, spot niet met mijn genegenheid
Klaver (wit) : belofte, ik zal trouw blijven
Kleefkruid : koppigheid, ik zal ervoor strijden om uw liefde te winnen
Kleine aster : adieu, zoek geen contact meer. Ik kan u niet beminnen
Kleine campanula : ochtend, ontmoet me morgenochtend
Klimop : vasthoudendheid : ik verkies u boven alles
Klit : doorzettingsvermogen, ik laat me niet ontmoedigen
Koningskaar : vriendschap, toe laten we vrienden zijn
Korenbloem : fijngevoeligheid, niet haasten, mijn hart wil niet stormenderhand veroverd worden
Korenbloem (roze) : geluk, een teken als vreugde
Koriander : verborgen gaven, oordeel niet alleen naar het uiterlijk
Krenteboompje : aanmatiging, u en ik hebben niets gemeen
Krokus : jeugdige vreugde, mijn hart verheugt zich in u
Lathyrus : tederheid, de herinnering aan u blijft me nabij
Lavendel : bedroefde weigering, ik mag u graag, maar alleen als vriend
Leeuwebek : afwijzing, u betekent niets voor mij
Lelie (wit) : zuiverheid, ik kus uw vingertoppen
Lelietje-van-dalen : voorzichtig afstand bewaren, vriendschap is aangenaam, spreek niet van liefde
Lisdodde : haast, wees in de toekomst omzichtiger
Lobelia (blauw) weigering, ik mag u niet. Hoe zou ik dan liefde voor u kunnen voelen
Lobelia (wit) : tegenzin, uw attenties raken mij niet
Lupine : grote zelfverzekerdheid, overhaast de dingen niet
Maagdenpalm : prille liefde, mijn hart hoorde mijzelf toe totdat ik u ontmoette
Maarts viooltje : zedigheid, zo rein als dit lieve bloempje zijt gij
Madelief : uitstel, verwacht mijn antwoord binnen enkele dagen
Magnolia : bemoediging, wees niet ontmoedigd, betere dagen liggen in het verschiet
Maretak : zoete kussen, een vloed van kussen die ik u toekomen
Marjolein : jonkvrouwelijke onschuld, uw hartstocht brengt een blos op mijn wangen
Meekrap : laster, wat ze u verteld hebben, is een gemene leugen
Meidoorn : hoop, ondanks uw antwoord zal uk naar uw liefde blijven streven
Mimosa : fijngevoeligheid, u bent te vrijpostig
Mirtebloesem : zoete geur, wees mijn beminde
Moederkruid : bescherming, laat mij voor u zorgen
Monnikskap : afkeer, uw attenties zijn me niet welkom
Mosroosje : verlegen liefde, ik sla u uit de verte gade
Munt : huiselijkheid, zoek een bruid van uw eigen leeftijd en achtergrond
Muskusplant : gekunsteldheid, laat uw eigen natuurlijke charme eens blijken
Muurbloem : standvastigheid, wat er ook met me gebeuren moge, ik blijf u trouw
Narcis : eigenliefde, u houd alleen maar van uzelf
Narcis (geel) : afwering, ik deel uw gevoelens niet
Nieskruid : onwaarheid, geloof niet wat men u zegt, totdat ik u alles heb uitgelegd
Oleander : waarschuwing, iemand heeft ons verrraden
Oostindische kers : gemaaktheid, ik geef de voorkeur aan een natuurlijk uiterlijk
Oranjebloesem : maagdelijkheid
Orchidee : weelde, ik zal je het leven aangenaam maken
Ossetong : leugens, u bent onwaarachtig
Paardebloem : absurditeit, ik vind uw aanmatiging lachwekkend
Passiebloem : weigering, ik ben aan een ander gebonden
Petunia : nabijheid, blijf bij me
Pioenroos : berouw, vergeef me mijn onnadenkendheid
Porseleinbloempje : geflirt, vergeef me dat ik u heb doen denken dat ik u beminde
Reseda : koele deugdzaamheid, een waardevol juweel, maar zonder glans
Ridderspoor : vaagheid, geef me spoedig een beslissend antwoord
Robertskruid : standvastigheid, ik ben de uwe, wat er ook gebeurt
Rode koekoeksbloem : aanmoediging, ik zou u graag beter willen leren kennen
Roos (geel) : misplaatste genegenheid, ik houd van een ander
Roos (rood : liefde, ik houd van u
Roos (wit) : afwijzing, ik houd niet van u
Rozemarijn : aandenken, de herinnering aan u zal nimmer verflauwen
Salie (rood) : hartstochtelijke min, vurigheid brandt snel op en laat alleen maar as na
Scabiosa : misverstand, u vergist zich, ik geef maar heel weinig om u
Sering (paars) : lenteliefde, u bent mijn eerste liefde
Sering (wit) : onschuld, een symbool van uw reinheid en schoonheid
Silene : armoede, hoewel van eenvoudige komaf waag ik het u uit de verte te bewonderen
Sleedoorn : moeilijkheden, er wachten ons moeilijkheden
Sneeuwklokje : opzichtigheid, uiterlijke pronk doet me niets
Speenkruid : her-ontwaken, laat dit lenteteken u mijn liefde zeggen
Spirea : nutteloosheid, ik wil meer dan alleen maar een aardig gezicht
Stalkruid : moeilijkheden, ons pad is bezaaid met hindernissen
Steenbreek : ootmoed, een glimlach van u is een fortuin waard
Stengeloze sleutelbloem : jonge liefde, ik ga misschien wel van u houden. Ik kan het nu nog niet zeggen
Sterhyacint : trouw, wees ervan verzekerd dat ik het eerlijk meen
Stokroos : ambitie, samen kunnen we heel wat bereiken
Tongvaren : roddel, houd je tong in bedwang
Trompetnarcis : smeekbede, aub, antwoord spoedig. Mag ik hopen dat u mij bemint
Tuberoos : kwetsuur, de vlam van mijn liefde heeft mijn vleugels verzengd
Tulp : bekentenis, met deze bloem verklaar ik u mijn liefde
Tijgerlelie : hartstocht, mijn liefde kent geen grenzen
Tijm : huiselijke bekwaamheden, ik heb een goede huisvrouw nodig, zoals gij zijt
Valeriaan : verborgen verdiensten, hoewel met deemoed, ding ik naar uw liefde
Venushaarvarentje : maagdelijkheid, ik behoor u geheel toe
Verbena : verrukking, u heeft me betoverd
Vergeet-me-nietje : gedachtenis, denk veel aan me
Vingerhoedskruid : grilligheid, uw liefde gaat niet diep
Vlas (blauw) dankbaarheid, ik ben geroerd door uw vriendelijkheid
Vlasleeuwebek : aarzeling, wees voorzichtig met me. Doe zachtjes aan
Vuurwerkplant : vurigheid, mijn hart staat in brand
Vijfvingerkruid : genegenheid, ik bemin u als een broer/zuster
Wilde anjer : zoete geur, hoe bekoorlijk bent u
Winde : vasthoudendheid, ik kan uw antwoord niet aanvaarden
Zonnebloem : opzichtigheid, uiterlijke pronk doet me niets
Zonneroosje : waardering, uw schoonheid verrukt me
Zwarte nachtschade : teleurstelling, ik heb geen vertrouwen in u
Om de florale uitwisseling nog doeltreffender te maken, verbond men bepaalde bloemen met de verschillende uren van de dag, zodat een
minnend paar een vrij zekere afspraak kon maken om elkaar in het geheim te ontmoeten. De bloemen die samen met de klokbloemen de boodschap
overbrachten, speelden een even grote rol, want ze deelden bijzonderheden mee over het voorgenomen rendez-vous. Maar ook bij die bloemen
was er variatie mogelijk; bv.
Laten we elkaar ontmoeten—guichelheil–ik kan je ontmoeten-guichelheil en klaver. Vanavond-klimop–vandaag-lavendel-.Morgen-boterbloem-ik
kan je niet ontmoeten-guichelheil en modeliefje. Noem een ander uur-guichelheil en weegbree. Tref me morgen om vijf uur-guichelheil,
boterbloem en lathyrus.
Zoals hieruit blijkt, hing het succes van dit soort uitwisselingen wel af van een eerdere geheime ontmoeting tussen de twee door het lot
gedwarsboomde minnaars. Voor de moderne minnenden is er dan ook reden te over om dankbaar te zijn voor de telefoon.
Bloemenklok voor het voorjaar
Een uur : rozemarijn
Twee uur : marjolein
Drie uur : viooltje
Vier uur : narcis
Vijf uur : lathyrus
Zes uur : brem
Zeven uur : tulp
Acht uur : campanula
Negen uur : sleutelbloem
Tien uur : meidoorn
Elf uur : vlierbloem
Twaalf uur : anjelier
Oorsprong : Magie der kruiden van David Conway