wpc90f3288.png
wp063cc800_0f.jpg
Alle hier vernoemde kruidenfolklore mag dan misschien een groot deel waarheden bevatten, het is alsnog aanbevolen alvorens te gaan
experimenteren alle recepten te controleren en/of te bevragen bij deskundigen!
Brongegevens: Kruid of munt - Dr. Paul Van den Bon

ABSINTALSEM
Botanische naam: Artemisia absinthum
Familie: samengestelden, Compositae
Volksnamen: Alsem, Alsen, Alsene, Alsine, Weermoet, Wermoed, Wormte, Els, Jeils, Olsem, Witte alsem, Botterknoppen, Ruigblad
Folklore: men heeft altijd gedacht dat bijvoet magische krachten had. Het werd als geluksbrenger gedragen, als talisman tegen kwade
geesten, vermoeidheid en alle mogelijke ongemakken, als taisman tegen kwade geesten, vermoeidheid en alle mogelijke ongemakken. Naar
verluidt zou Johannes de Doper tijdens zijn verblijf in de woestijn, een gordel van bijvoet hebben gedragen. Daar het een opwekkend middel
is, schrijft Munting in 1696: "Alsem is ondienstig voor de geen die van een hitzige natuur of vol bloed zijn." Dodoens schrijft o.a. "Alsem is
goed voor maag en gal, verwekt eetlust." Paqué schrijft: "Absintalsem is versterkend en aanzettende (excitant), in het bijzonder voor de maag
en vermeerdert de eetlust. Vóór de ontdekking van kinine was absintalsem het koortsverdrijvende middel bij uitstek, het is ook wormafdrijvend
en schijnt maanstonden op te wekken."

ANIJSZAAD
Botanische naam: Pimpinella anisum
Familie: schermbloemenfamilie, Umbelliferae
Volksnamen: Anis, Nieszaad, Wilde pimpernel
Folklore: anijsthee of anijsmelk is een volksremedie tegen buikpijn, de roep gaat dat die drank aangename dromen geeft. Anijswater, uitwendig
gebruikt, geeft nar verluidt een gave huid.

BAZIELKRUID
Botanische naam: Ocimum basilicum
Familie: lipbloemigen, Labiatae
Volksnamen: Vleeskruid, Balsemkruid
Folklore: bazielkruid werd beschouwd als een toverplant. Het kruid wordt soms samen afgebeeld met digitalis en belladona, twee erg actieve
geneesmiddelen. Bazielkruid liet niemand onverschillig: het was soms een symbool voor liefde, soms van haat, van dood, van heiligheid, van
onbetrouwbaarheid. In het westen was basilicum een symbool van vruchtbaarheid. Dodoens schreef in 1563: "het zuivert de ogen, is goed voor
de neus gehouden tegen onmacht."

BIESLOOK
Botanische naam: Allium schoenoprsum
Familie: lelieachtigen, Liliaceae
Volksnamen: Astlook, Biesparrei, Biesparije, Biezelok, Franse look, Graslook, Pieplook, Pijplook, Smallook, Sneelook, Snijprei, Uiengras
Folklore: biesBieslook, evenals ui, zouden ontnuchterende eigenschappen hebben. Tegen dronkenschap wordt nogal eens uiensoep gegeten.

BONEKRUID
Botanische naam: Satureja hortensis
Familie: lipbloemigen, Labialae
Volksnamen: Kunne, Koele, Peperkruid, Scharekruid, Tuinbonekruid, Saturije, Keule, Lochtekol, Hofkunne, Tuinkeul, Scharrenkruid
Folklore: zou het liefdesvuur aanwakkeren (Satureja - grieks woord voor planten die een prikkelende werking hebben op de geslachtsklieren,
deze naam is misschien dan niet onterecht gegeven). Hij zou ook de spijsvertering stimuleren en versterken en maag- en darmklachten
verminderen, slijmen oplossen bij chronische hoest.

CITROENMELISSE
Botanische naam: Melissa officinalis
Familie: lipbloemigen, Labialae
Volksnamen: Melis, Bijenkruid, Blijenblad, Citroenkruid, Vrouwekruidmelis, balsem, Melisse
Folklore: melisse zou muggen en motten wegjagen (er worden dan ook vaak melisseplanten bij tuinvijvers geplant) en de bijen aantrekken.
Dodoens schrijft daarover: ... melisse met wijn gedronken is goed tegen beten en steken van venijnig gedierte ... versterkt het hart en verdrijft
zwaarmoedigheid ... melisse aan de bijenkorven gelegd houdt de bijen bijeen en doet andere daar komen.

DILLE
Botanische naam: Anethum graveolens
Familie: schermbloemigen, Umbelliferae
Volksnamen: Stinkende vinke, Dillekruid, Dil, Dillepastinaak
Folklore: volgens middeleeuws bijgeloof zou dille heksen en boze geesten afhouden. Om ziekten onder het vee te voorkomen gooide de boer als
de stal uigemest was drie maal een handvol dille over zijn schouder om de propere stal van heksen te vrijwaren. Jonge bruidjes strooiden
dillepoeder in de schoenen van hun echtgenoot om zich van diens trouw te verzekeren. Het was de gewoonte in de 17de eeuw, en ook later,
dillezaden, maggizaden en venkelzaden te kauwen tijdens de soms lange kerkdiensten van die tijd, het stilde de honger en liet de tijd vlugger
Voorbijgaan.

DRAGON
Botanische naam: Artemisia dracunculus
Familie: samengesteldbloemigen, Compositae
Volksnamen: Drakebloed, Klapperkruid, Slangenkruid, Keizerssla, esdragon, Drakekruid, Dragoen, Dragonder, Salaadkruid.
Folklore: Carème, een bekende meesterkok die leefde rond 1800, verlengde het leven van de prins van Gallië. De prins, die een liederijk leven
leidde, had last van zijn losbandig leven door te veel te eten en drinken. Carème verving in de prinselijke eetmalen de hete pepers, de gember
en andere sterke specerijen door dragon. Dit bracht de prins zijn normale gezondheid terug en ook zijn lichamelijke vermogens en krachten.
Carème werd door de prins beloond met een gouden tabaksdoos.

ENGELWORTEL
Botanische naam: Angelica archangelica, Angelica officinalis
Er is ook een wilde vorm van de engelwortel, gewone engelwortel genaamd. De wilde vorm is merkelijk kleiner dan de gecultiveerde vorm -
naam: Angelica silvestris
Familie: schermbloemigen, Umbelliferae
Volksnamen: Angelica, Engelkruid, Heilig-Geestwortel, Borstwortel, Waterangelica
Folklore: het is opvallend hoe engelwortel in de plantenbeschrijvingen altijd met veel aandacht, ik zou haast zeggen eerbied, werd behandeld.
In Lapland en Ijsland worden engelwortelstengels rauw of gekookt gegeten. Vooral de Lappen denken dat ze daardoor langer zullen leven.

HYSOP
Botanische naam: Hyssopus officinalis
Familie: lipbloemigen Labiatae
Volksnamen: Ipse, Paddekruid, ysop, Hyssop
Folklore: zoals absintalsem is hysop ook een plant die nuttige geneeskrachtige eigenschappen heeft, op voorwaarde dat men de juiste dosering
gebruikt. Geeft men te veel, dan wordt ze gevaarlijk, giftig. Zulke planten hebben altijd tot de verbeelding gesproken en het woordt
"toverkruid" is niet veraf. De plant wordt reeds geciteerd in teksten van de 7de eeuw en werd altijd voor haar kosmetische toepassingen
gewardeerd; In de signatuurleer vindt men dat een afkooksel van de blauwe bloemen goed zou zijn voor wie een blauw oog heeft. De medische
school van Salerne zei ondermeer van hysop:" hysop doet de fluimen afkomen bij hoest. De hysopbloemen klaargemaakt met honing zijn heilzaam
voor de luchtwegen, vooral als die aangetast zijn door een vervelende hoest. Hysop is een nuttig schoonheidsmiddel voor de liefelijke dames."
In het algemeen werd hysop door de genezers van de oudheid beschouwd als een geneesmiddel met bijzondere eigenschappen, ondermeer door
Hippocrates, Galenuts, Dioscorides, de Hebreeën en de School van Salerne. Simon Pauli, geneesheer van de koning van Denemarken beschrijft
in zijn Quadripatitum botanicum (1639) de wonderbare werking van hysop bij bloeduitstortingen, die het gevolg waren van oorlogsgeweld.
Schröder, Tragus, Fuchs, Lobel bevelen hysop aan bij longaandoeningen. In de Oude Farmacopee, boek dat door de apothekers gebruikt wordt,
vindt men meer dan honderd recepten waarin hysop voorkomt.

JENEVERBES
Botanische naam: Juniperus communis
Familie: Cipresfamilie, Cupressaceae
Volksnamen: Dambezie, Nijvelboom, Krammelbezie, Kwakel of Wakel, Lammerenhout, Bekelaar, Pekke, Wachelteer, Djeniverboom, Januverboom,
Jeneivelboom, Jenevelbloemeke, Wachtelboom
Folklore: de jeneverbes werd niet alleen gebruikt voor de smaak, mar ook omdat men dacht dat het lichaam erdoor verwarmd werd; Knipoogje:
we hebben al slechtere excuses gehoord om een glas jenever te drinken. Volgens Plinius zou Hannibal, ongeveer 200 jaar voor Christus, bevolen
hebben de balken van de tempel van Diana in Ephesus uit jeneverbessenhout te maken, omdat dit hout bekend was om zijn sterkte en
duurzaamheid. Het volksgeloof wil dat de stok om de room te karnen die in de karnemelkton steekt, uit jeneverbessenhout gemaakt wordt,
om bederf van de boter tegen te gaan. Het roze hout van de juniperus oxycedrus, waaruit de cadeolie komt, werd ook gebruikt om
afgodsbeeldjes uit te snijden. De olie wordt soms uitwendig gebruikt bij psoriasis, schurft en als haarverzorging. Van de juniperus virginiana,
de cederhoutboom, wordt het hout gebruikt om sigarenkistjes en potloden te maken.

KARWIJ
Botanische naam: Carum carvi
Familie: schermbloemigen, umbelliferae
Volksnamen: Veldkomijn,, Wilde komijn, Gemene kummel
Folklore: in zijn geschriften 'De Bello Civili' zegt Caesar dat de soldaten van Valerius karwijwortel aten gezoden in melk, wat een nuttig
gezondheidsmiddel scheen te zijn. Karwij werd vroeger in liefdesdranken vermengd omdat men dacht dat het de huwelijkstrouw kon bevorderen.
bij de Oogstfeesten werd gebak met karwij gegegeten. In Duitsland zette men een schaal karijzaad onder het bed van een kind, om het te
beschermen tegen boze geesten.

KLAVERZURING
Botanische naam: Oxalis acetosella
Familie: klaverzuurachtigen, Oxalidaceae
Volksnamen: Hazenklaver, Klavertje vier, Koekoeksbrood, Soere klaver, Zuurklaver, Schaepssuerkel, Suerckel, Suerinck, Suerkruyd, Alleluia,
Loekoekssulker, Meuttekensklaver, Gele klaverzuring, Hartjesklaver, Duiveldrek, Koekoeksmoos
Folklore: in oude kookboeken worden zowel klaverzuring als zuring in de keuken en als medicijn gebruikt. In dit verband lezen we in
'Souvereyne remedies voor de keuken meyssen' uit de 'Nieuwe Belgische Keukemeyd of den verstandigen kok', 19de eeuw, boekje dat door
Roularta werd uitgegeven, het volgende:
Voor den mond, indien den mond stinkt.
Is het goed Savie, Hysop en Aluyn op de helft in wyn gezoden en daer medegegorgeld, ofte klaver zulker in den mond geknauwd, oft met sap
van wegbelee-bladeren den mond gewasschen, is ook onfeylbaer. En aloë met honing en wyn warm in den monde gehouden, is ook onfeylbaer.
Voor den stinkenden adem, onstaende uyt de maege. Caneel, cardemom, cubeben, comyn ofte carde-benedict geknauwd is zeer goed. Alst met
azyn gedronken maekt eenen goeden adem.
In de volksgeneeskunde in Vlaanderen vinden we nog over klaverzuring: klaverzuring is wormafdrijvend (streek van Denderhoutem), is goed
tegen heesheid (Dodoens), is goed tegen hoest (streek van oultre).

KNOFLOOK
Botanische naam: Allium sativum
Familie: lelieachtigen, Liliaceae
Volksnamen: Jodenjuin, Knielook, Knuiflook, Oguyn, Gloflooc, Knooploock, Hofloock, Looge, Loik, Boerentheriaak, Stinkplant, Knoeven.
Folklore: de Franse geestelijken die in de 19de eeuw in de sloppen actief waren kregen zelden of nooit besmettelijke ziekten, waar hun Engelse
collega's-geestelijken wel vatbaar voor bleken. De uitleg hiervoor was dat de Fransen door het dagelijks eten van knoflook, zich beschermden
tegen ziekten, wat de Engelsen niet deden, met al de kwalijke gevolgen vandien. Pasteur ontdekte dat knoflook een microbendodende werking
had. In zekere zin was knoflook het eerste natuurlijke antibioticum. misschien was het daarom dat de Russische soldaten tijdens de Eerste
Wereldoorlog een teentje knoflook op zak moeten hebben, om bij een eventuele wonde de streek rond de kwetsuur te ontsmetten met het
knoflooksap. onderzoekers wijzen erop dat kanker minder zou voorkomen in China, Servië en de Franse Provence, streken waar veel knoflook
wordt verbruikt. of er een verband kan worden gelegd moet nog worden bewezen. Hippocrates schreef dat knoflook waterafdrijvend, laxatief
en eetlustopwekkend is en dat men een teentje knoflook vooraan in de schede van de vrouw moest brengen om te controleren of ze al dan niet
kinderen kon baren: als haar adem de volgende dag naar knoflook rook, kon ze kinderen krijgen. Misschien behoort dit verhaal tot de folklore,
maar toch is het goed denkbaar dat bij verstopping van de eileiders de knoflookgeur noet tot de duivelsbeet kan doordringen (de duivelsbeet
is het uiteinde van de eileider dat naar de eierstok kijkt). Knoflook zou ook een goed hulpmiddel zijn bij de uitwendige behandeling van
eksterogen, eeltknobbels en wratten.

KORIANDER
Botanische naam: Coriandrum sativum
Familie: schermbloemigen, Umbelliferae
Volksnamen: Anies, Colander, Calander, Coliander
Folklore: in de oudheid werd koriander met veel voorzichtigheid gebruikt. Het kruid werd immers beschouwd als een "duivelse" plant en
symboliseerde bij de Grieken dronkenschap. Dat was het gevolg van de de dronkemansroes die een teveel aan korianderbladeren kon
veroorzaken, gevolgd door een diepe prostratie. De chinezen dachten dan weer dat het eten van korianderbladeren het eeuwige leven gaf
aan zijn gebruikers

LAURIER
Botanische naam: Laurus nobilis
Familie: laurierachtigen, Lauraceae
Volksnamen: sweet bay, sweet laurel, bay-tree
Folklore: Dodoens schrijft in 1563 over laurier: ' De vruchten van de laurusboom zijn goed voor diegenen die uitteren ... tegen vlekken en
sproeten, zuiveren de huid daar opgedaan met nat of vet ... het sap gemengd met oude wijn en rozenolie is goed voor het suizen van de oren
en tegen doofheid. Hedendaags worden de bladeren van de laurusboom dikwijls met de spijzen gekookt, gebakken of gebraden inzonderheid
met vis, en daardoor wordt geen walging of omkering van de maag veroozaakt, maar de spijzen worden beter van smaak en zijn de maag veel
aangenamer.' Een baccalaureaat behalen is een universitaire prestatie en symbool van studie, werk en wijsheid. Het woord komt van "Bacca
laurus": laurierbes. "Op zijn lauweren rusten", heeft rechtstreeks met laurier te maken. Een lauwer is nl. een krans van laurieren, symbool
van succes. Laurier zou goed zijn tegen pisopstopping en koudepis. Een hele reeks hulpmiddelen, de raarste eerste, worden daarvoor gebruikt.
Wat altijd terugkomt is prei, dat effectief diuretisch of waterafdrijvend is. A. De Cock schrijft ook: 'In onze omstreken gebruikt het volk
nog andere kuren: veel ijskoud water, ofwel versche botermelk drinken; bladeren van laurierboom kauwen. Dodoens vindt de 'bakelaer' vrucht
van den laurierboom evengoed.'

LAVAS - MAGGIPLANT
Botanische naam: levisticum officinale, Ligusticum officinalis
Familie: schermbloemigen, Umbelliferae
Volksnamen: lubbestok, mankracht, ebbekruid, manskracht, beverstro, maar, eppekruid, maggikruid, processieplant, bergselder, doorlevende
selder, lavasse, lavesch, mes
Folklore: in de middeleeuwen gebruikte men het wortelaftreksel tegen geelzucht en nier- en blaasstenen, vermoedelijk wegens de water-
afdrijvende werking die aan de plant in heaar geheel wordt toegeschreven. In diezelfde periode en ook nog later gebruikte men in de
volksgeneeskunde gekneusd maggiblad, gebakken in reuzel om zweren en steenpuisten te doen openbarsten. Sommigen kruidendokters schrijven
nu nog verdunde aftreksels van lavasolie voor als (vergeefse) remedie tegen wijnvlekken en sproeten. Alle natuurlijke waterafdrijvende middelen
bevatten lavas. Zo beschrijft Dodoens: 'Lavetse oft lavass is goed voor de maag... pisverdrijven... verwekt maanstonden. De bladeren, in het bad
gedaan, doen sterk zweten en huiveren.' Heel wat kruiden hebben de al dan niet terechte reputatie van afrodisiacum. ook lavas wordt die
eigenschap toegeschreven. In vele landen was lavas dan ook een hulpmiddel voor verliefden. Ze werd gebruikt voor de bereiding van
liefdesdranken. De volksnamen 'manskracht', 'lovage', 'liebstockel' spreken voor zichzelf. het is wel opvallend dat die seksuele connotatie
in het Frans niet terug te vinden is. kunnen we hieruit afleiden dat de Fransen... Nu ja, zelfvertrouwen speelt hier natuurlijk een grote rol.

LIEVEVROUWBEDSTRO
Botanische naam Asperula odorata
Familie: sterbladigen, Rubiaceae
Volksnamen: meikruid, motkruid, wiegstro, leverkruid, ruwkruid, bedstro, kom-lok-mij-de-vent
Folklore: in de 15de eeuw, in Engeland, werden kransen en bloemtuilen van lievevrouwbedstro gemaakt om huizen en godshuizen te versieren.
Het diende als strooikruid bij processies en werd in de toen zelfgemaakte matrassen gestopt om het ongedierte weg te houden. De naam
'mottekruid' werd ontleend aan het gebruik om gedroogd lievevrouwbedstro in linnenkasten en koffers met beddegoed te bewaren; De
volksnaam 'onzelievevrouwwiegstro' komt voort uit de legende die wil dat Jozef of kerstnacht dit kruid zou hebben gevonden om voor
Maria een bed te spreiden. uit dankbaarheid werd het bedstro, 'lievevrouwbedstro' en kreeg het zijn zoete geur. Die geur wordt meestal
omschreven als zacht, vanilleachtig en ruiken naar vers gedroogd hooi. In Schotland, waar het kruid vooral groeit op zeshonderd meter hoogte,
wordt er een thee van gemaakt tegen griep en verkoudheid om het zweten op te wekken, wat het begin van genezing kan zijn. De plant deed
ook dienst als een soort barometer. Als er regen op komst was, begon het kruid dat in de linnenkasten, sterker te geuren.

MARJOLEIN, MAJORAAN, OREGANO
Botanische naam: Origanum majorana, majorana hortensis
Familie: lipbloemigen, Labiatae
Volksnamen: majorein, majolein, majoraan
Folklore: aan marjolein zijn vele legendes verbonden. In Egypte was ze toegewijd aan Osiris. De Romeinen legden bloemtuilen met marjolein op
de graven van hun afgestorven familieleden om ze vrede en eeuwige rust te geven. Bij de Grieken en Romeinen werden er bloemkronen van
gevlochten voor pasgehuwden. In de Griekse mythologie vertelt men dat prins Amacarus van Cyprus gepassioneerd was voor parfums. Hij sterde
er samen, maar
vond niet het goddelijke parfum dat hij zocht, tot hij op een dag een aroma samenstelde dat zo subtiel was dat hij alleen al door het inademen
ervan stierf. Om hem te belonen voor zoveel ijver veranderden de goden van de Olyumpus de dode prins in een aromatische plant waardig van
zijn inzet. De plant was marjolein. Marjolein werd vroeger in Nederland 'duist' genoemd. het werd daar immers beschouwd als een sterk
duivelverdrijvend kruid. Wantrouwige moeders naaiden noal eens marjolein in het ondergoud van hun jonge dochters om de duivel, die zich tot
alle aantrekkelijke gedaanten kon omtoveren, af te houden. Immers, voor de marjolein ging de duivel op de loop. Knipoogje: gezien het gere-
duceerde volume van de onderrokken is dat nu niet meer mogelijk, met al de gevolgen van dien! Marjolein werd in de folterkamers verbrand
terwijl men de "heksen" aan het verhoren was. Zo kon de duivel ze niet ter hulp komen.

MIERIKSWORTEL
Botanische naam: Armorica rusticana
Familie: kruisbloemigen, Cruciferae
Volksnamen: mierik, boereradijs, meredik, wilde mosterd, peperwortel, paarderadijs, mostaard van de paters capucijnen
Folklore: de 'raifort des Parisiens' verwijst in feite naar ramenas, ook sterk van smaak maar toch niet zo sterk als de echte mierikswortel.
Mességué noemt de mierikswortel een explosieve plant. Hij schrijft: 'Mierikswortel verenigt in zich de beste en de slechtste eigenschappen:
gebruikt men de juiste dosis, dan heeft hij een dynamische werking op het spijsverteringsstelsel, gebruikt men er te veel van, dan werkt hij
als dynamiet.' Een knipoogje: in Slowakije zegt men: 'eet rauw geraspte mierikswortel en uw pijp gaat vanzelf in brand.'

MUNT
Botanische naam: Mentha
Familie: lipbloemigen, Labiatae
Volksnamen: geen specifieke namen buiten munt
Folklore: de mythologische oorsprong van munt zou als volgt luiden: Pluto, god van de onderwereld, werd verliefd op een andere vrouw met de
naam Mintha. Prosperina, zijn wettige wederhelft, zag dit met lede ogen aan, maakte Pluto verwijten en om zich te wreken verandere ze Mintha
in een muntplant, die we nu kennen. Een knipoogje: misschien dat er daarom zoveel muntsoorten zijn. De 'azijn van de vier dieven' is een verhaal
apart. Tijdens de pestepidemie in de middeleeuwen werden vier dieven gevangen genomen. Ze hadden er een gewoonte van gemaakt te roven in de
huizen van de zieke en gestorven pestlijders. Ze werden ter dood veroordeeld mar de rechter beloofde hen een alternatieve straf als ze het
geheim verklapten hoe ze zich tegen de pestbesmetting beschermden. Ze kozen uiteraard voor de alternatieve straf. Hun geheim was een azijn
waarmee ze zich insmeerden en waar ze ook wel van dronken. De azijn werd gemaakt van munt, tijm, rozemarijn en lavendelbloemen. In de
streek van Marseille deed men er ook knoflook in. In hoeverre dit verhaal juist is, laten we onbeantwoord. Zeker is dat Maille, een Franse
azijnfabrikant, die azijn der vier dieven aanmaakte en verkocht in 1850. in de middeleeuwen werden de medische indicaties nog meer uitgebreid.
Men gebruikte munt tegen koorts, voor het stimuleren van maag en darm, tegen hysterie, tegen gezichtsstoornissen, tegen winterhanden en
-voeten, tegen geelzucht, tegen alle borstaandoeningen, tegen alle pijnen. Munt was toen een panacee, een middeltje tegen alle kwalen. In de
Provence zegt men 'Bouquet de mento, l'amour vous tento'. Ratten en muizen zouden een hekel hebben aan munt en wegblijven waar munt staat.
Een knipoogje: er zijn wel ratten en muizen die dit niet weten.

PETERSELIE
Botanische naam: Petrosilenum crispum
Familie: schermbloemigen, Umbelliferae
Volksnamen: hofeppe, persijn, persalle, porselle, tuineppe, vennekool, vischgroente, parslijn, pieselle, pieterselie, poeselle, platte peterselie,
wilde peterselie
Folklore: in het zuiden van Frankrijk bestaat het bijgeloof dat een zwangere vrouw geen peterselie mag plukken of de plant sterft af. De
Oude Grieken dachten dat de plant ontstaan was uit het bloed van Archemorus, die de voorbode was van de dood. Zij aten het dus niet maar
versierden er de graven mee. De Romeinen droegen peterselieslingers om zich te beschermen tegen vergiftiging. Zwangere vrouwen mochten
die peterselieslingers niet dragen. Ook moeders die de borst gaven mochten niet met peterselie in contact komen, uit vrees dat de zuigeling de
vallende ziekte zou krijgen.

POSTELEIN
Botanische naam: Portulaca oleracea, Portulaca sativa
Familie: posteleinfamilie, portulacaceae
Volksnamen: mijnwerkerssla, amerikaanse spinazie, engelse spinazie, russische porcelein, winterporceleine, burgel, burtselen, poezelein,
porseleine-leguum, portulake, pozelaan,posselein
Folklore: Dodoens schrijft in 1563: 'Postelein wordt in de spijzen gebruikt zoals latuwe (kropsla) en maakt koud en vochtig bloed, geeft
zeer weinig voedsel maar is goed voor de darmen en de maag... is goed tegen de pijn in de blaas en nieren, verdrijft de kwade wellustige
dromen en de lust tot bijslapen...' Knipoogje: dat is de reden waarom postelein nog zo weinig gebruikt wordt! Volgens Dodoens was het ook
goed tegen de hete koortsen en tegen wormen die in de buik groeien... tegen bloed spuwen, het rood melizoen, speen en alle bloedgang... De
bladeren van postelein met gerstemeel vermengd, op de ogen gelegd verzoet de pijn en verjaagt de hitte. In enkele Vlaamse dorpen geeft men
posteleinsoep om een lintworm te verjagen. Postelein werd door de Arabieren de 'genezende groente' genoemd. Postelein was voor hen een
'bakla lina', goed mucilago en 'bakla mobareca' genezende groente.

RABARBER
Botanische naam: Rheum palmatum, Rheum officinale
Familie: veelknopigen, Polygonaceeën
Volksnamen: melissewortel
Folklore: Dodoens vindt 'eenen drank van rabarber' ondermeer zeer goed 'in dulligheydt, ijdelsinnigheydt of rasernije'.

ROOMSE KERVEL
Botanische naam: Myrchis adorata
Familie: schermbloemigen, umbelliferae
Volksnamen: vaste kervel, mirre, plantkervel, ribzaad, welriekende kervel, welriekende mirre, spaanse kervel, wilde kervel
Folklore: de school van Salerne beweerde dat kervel kanker kon genezen, pijnen in de zij kon verhelpen, het braken kon stoppen en een goed
purgatief was. Appositum cancris tritum cum melle medetur, Cum vino potum lateris sedare dolorem, saepe solet: tritam si nectes desuper
herbam, saepe solet vomitum ventremque tenere solutum.

ROZEMARIJN
Botanische naam: Rosmarinus officinalis
Familie: lipbloemigen, labiatae
Volksnamen: rosmarijn
Folklore: het is een bekend verhaal dat Elisabeth van Hongarije, na het regelmatig drinken van een kruidendrank met rozemarijn, lavendel en
marjolein, erin slaagde een veel jongere man voor zich te winnen, nl. de koning van Polen. Zij nam dit alcoholisch kruidendrankje om haar reuma
en jicht te bestrijden, blijkbaar met positief effect op haar verleidingscapaciteiten. Rozemarijn heeft inderdaad versterkende eigenschappen.
Elisabeth van Hongarije leefde in 1378. 'L'eau de la Reine de Hongrie' op basis van rozemarijn, werd als een verjongingskuur gebruikt in de
middeleeuwen en in de renaissance, ondermeer ook aan het hof van Lodewijk XIV. Het was de dagelijkse gezondheidsdrank van Mme de Sévigné,
die heilzaam bleek te zijn, want ze heeft veel en lang geschreven (1626-1696). Mme de Sévigné schreef aan haar dochter: 'ik bedrink me elke
dag aan rozemarijndrank, ik heb altijd rozemarijn bij me om thee the maken en ik verdrijf er mijn melancholie mee.' Rozemarijn werde 'de Prins
der Aromaten' genoemd. Dat had ook wel te maken met het gebruik ervan in oude ceremonieën, zoals de kroon van gevlochten rozemarijn bij de
huwelijksceremonie voor het meisje, en met de verering van de doden. De dood is immers onverbrekelijk verbonden met nieuw leven. Rozemarijn
werd als een heilige plant beschouwd in de Oudheid. Men vindt er resten van in de Egyptische graven van de Eerste Dynastieën, Horatius (65
voor Christus) wijdt aan rozemarijn enkele van zijn verzen waarin hij de magische krachten ervan ontsluiert. Theophrastus, Dionysius en Galenus
loven zijn werking bij leveraandoeningen. Galenus schrijft dat rozemarijn met honing goed is voor slechte ogen.

SALIE
Botanische naam: Salvia officinalis
Familie: lipbloemigen, Labiatae
Volksnamen: juinsalie, selft, franse thee, selve, salgie, zelve, savia, heilige thee, sauien, saalde, soevei, ezelsoren
Folklore: Dodoens schreef over 'Grote savie oft grove savie' in 1563... water verdrijvend, verwekt maandstonden, verdrijft de dode vrucht...
goed voor hoofd en hersenen, versterkt de zinnen en vermeerdert het geheugen ... maakt de zenuwen sterk... tegen bevingen van de handen...
tegen snotvalling, bloedspuwen, pijn in de zijde, fleuricijn en slangebeten... bloedstelpend... wonden genezend... tegen jeuksel aan de schaamdelen...
om het haar zwart te verven. Dat is achteraf bevestigd. Salie heeft een zekere invloed op de hormonale werking, waardoor het kruid met mate
gebruikt dient te worden. Salie zou ook de kansen op zwangerschap verhogen. De volksgeneeskunde zegt dat kleine doses salie ingenomen de
maand voor de bevalling, de pijn van de weeën verminderen. Als we de geschiedschrijvers kunnen geloven, dan zou Lodewijk XIV elke dag thee
gedronken hebben van salie en ereprijs(Veronica). Salie werd nl. beschouwd als een heilzaam middeltje tegen alle kwalen. In de middeleeuwen
dacht men dat hoe weliger de salie groeide in de tuin, hoe meer geluk men zou hebben in de zaken; Volgens een ander bijgeloof kon salie enkel
welig tieren als een sterke vrouwenhand het huishouden bestuurde.

TIJM
Botanische naam: Thymus vulgaris
Familie: lipbloemigen, Labiatae
Volksnamen: keukentijm, zomertijm, wintertijm, riekaard, roomsche kwendel, tijmiet, tijmoes, palioen, rieksele, taaimoes, timmer
Folklore: bij de Romeinen was tijm symbool van moed en onverschrokkenheid. Dodoens schrijft: ' met honing tegen kuchen, hoesten en kort van
adem... maandstonden verwekkende ... tegen vallende ziekte. Tijm is ook zeer nuttig voor de gezonde lieden, want hij wordt in de de sauzen veel
gebruikt en bij de spijzen gedaan om die een betere smaak en reuk te geven. In de middeleeuwen borduurden de edelvrouwen op de halsdoek van
hun uitverkoren ridder een takje tijm, waarop een bezige bij de honing puurde uit de bloemen. Tijm was toen het zinnebeeld van 'actie en
zachtheid' die moeten samengaan, zeker in de liefde. Er zijn veel minder subtiele manieren om zich blood te geven. Tijm en knoflook waren
vroeger de antibiotica van de arme. Dat was ook wetenschappelijk verantwoord: sommige stoffen die erin voorkomen zijn nl; ontsmettend,
zoal thyumol, carvacrol en allicine. het volksgeloof beschouwde de tijm als bevorderend voor het intellectuele werk. Volgens een recept uit
1663 kon tijmsoep iemand van zijn verlegenheid afhelpen.

WIJNRUIT
Botanische naam: Ruta graveolens
Familie: wijnruitfamilie, Rutaceae
Volksnamen: ruyte, wijnruyte, ruite
Folklore:op de hoeve plantte men vroeger wijnruit in de buurt van de mesthoop en rond de stallingen, omdat wijnruit vliegen en ander ongedierte
verjaagde. Men stak ook enkele takjes in de matras om de vlooien af te houden. Met wijnruit sprenkelde men vroeger gewijd water. Ze werd ook
aangeplant om heksen te verjagen en betovering te verbreken. Leonardo da Vinci en Michelangelo beweerden - volgens de overlevering - dat ze
dank zij de metafysische krachten van wijnruit hun gezichtsvermogen en hun inwendige creatieve kracht konden verbeteren. Dodoens schrijft in
1563 over 'Tamme ruyte, oft hof-wijnruyte': 'wijnruit doodt de vrucht der vrouwen en maakt mannen onvruchtbaar.' In 1644 schrijft hij: 'Men
zegt dat het sap van de wilde ruyte op de kiekens gestreken, de katten daar van weg houdt: en de vogeltjes die in kevien of huiskens gehouden
worden, als zij ruiven, treuren of anders ziek zijn, genezen en verkwikken als men ze ruytebladeren bij hun eten of drank doet.' (het is raadzaam
om deze "behandelingen" niet te gaan uittesten) Het is wel boeiend te zien hoe bijgeloof en geloof door elkaar werden toegepast.

ZURING
Botanische naam: Rumex acetosa
Familie: veelknopigen, Polygonaceae
Volksnamen: zuring, zuurling, zurkel
Folklore: in de 'Jardin médicinal', 1578 schreef Mizauld A. over zuring: met de gele wortel van de zuring kan men een lichtgeel gekleurde thee
maken die men aan koortsige zieken geeft. Zo denken ze dat ze wijn drinken, terwijl die thee koortswerend is.' Ook wist hij te vertellen: 'Men
doet zuring in soepen en brengt er salades mee op smaak. Men maakt er een groene saus mee, waarin men het vlees drenkt zodat de smaak nog
verbetert en de appetijt nog groter wordt. Er worden geen feesten gehouden waar op de smulpartij zuring ontbreekt. Zelf heb ik met zuring
geëxperimenteerd en er is geen stuk vlees, het mag nog zo taai zijn, dat niet door de groen zuringsaus, zacht gemaakt wordt.' R. Philips vermeldt
dat zuringsap de koemelk doet stremmen en door de Laplanders gebruikt wordt als vervangmiddel voor ander melkstremsel. De naam 'rumex' is
behalve de Latijnse naam voor zuring ook die voor een lans of werpspies en wijst op de spies- of pijlvormige bladeren van enkele zuringsoorten,
zoals de veldzuring en de schapezuring.
wp5533b116.gif
wp08786aa8.png